Collega’s die geen minuut langer werken dan nodig is, niet met nieuwe ideeën komen en aan het eind van hun werkdag blij zijn dat hun pensioen weer een dag dichterbij is gekomen. Iedereen kent wel zo’n collega. Hoe voorkom je dat jij die zure persoon wordt?

Mentaal pensioen: zo noemt Jenny Huijs van onderzoeksinstituut TNO het fenomeen in haar proefschrift. In tegenstelling tot wat de term doet vermoeden, hebben niet alleen oudere collega’s hier last van. ‘Er zijn ook jongeren of mensen die midden in hun carrière zitten die dit hebben’, zegt promotor Toon Taris.

Arbeidspsycholoog Jaap van den Broek noemt het ‘een complete ramp’. Niet alleen voor de werkgever, die natuurlijk het liefst werknemers heeft rondlopen die hart hebben voor hun werk, maar ook voor de werknemer zelf. ‘Mensen die hier last van hebben, hebben symptomen die lijken op die van overspannenheid.’

Hoe voorkom je dat jij daar last van krijgt? ‘Bij deze mensen ontbreekt het aan twee dingen’, zegt arbeidspsycholoog Taris. ‘Bevlogenheid en motivatie.’ Je moet dus zorgen dat je die vast blijft houden. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Taris: ‘Het is een continu proces. Je moet geregeld nadenken over wat jij wil in je werk. Zit je nog op de goede plek? Vind je zelf dat je nog goed functioneert, of zit je je tijd te verdoen door bijvoorbeeld te vaak op Facebook te kijken of uit het raam te staren? Wat kan er beter in het werk dat je nu doet? Daar moet je zelf initiatief voor nemen. Ga praten met je baas over hoe je je werk zo kan veranderen dat je het wel leuk vindt, of maak een overstap naar een andere functie bespreekbaar. Ga anders op zoek naar een andere werkgever.’

Rotgevoel
Volgens Van den Broek voelen veel mensen wel aan dat het misgaat, maar wordt dat gevoel vaak genegeerd. ‘We hebben allemaal wel eens iets waar we ons niet goed over voelen, dat is ook geen probleem. Maar als het blijft wringen en zelfs een rol gaat spelen in je doen en laten – je hebt bijvoorbeeld een idee maar legt het niet aan je baas voor omdat hij jouw vijf eerdere ideeën ook heeft afgeschoten – dan moet je daar wel wat mee doen.’

Hij noemt drie dingen die belangrijk zijn in het voorkomen dat je ‘uitgecheckt’ raakt: een goede mentale houding, lichamelijke conditie en goede communicatieve vaardigheden. ‘Je hoeft je niet lichamelijk uit te putten, maar zorg dat je geregeld afstand neemt van je werk door bijvoorbeeld een stevige wandeling of fietstocht te maken. En neem geregeld vakantie. Als je je fysiek goed voelt, dan kun je dingen die op je werk gebeuren ook beter relativeren.’

Grenzen
‘Daarnaast is een open houding heel belangrijk. Sta open voor verandering en besteed niet onnodig tijd aan dingen die je toch niet kunt beïnvloeden. Vecht je niet dood, maar houd wel in de gaten dat mensen niet te vaak over je grenzen heen gaan. Dat is een dunne scheidslijn maar als je verder fit bent, dan kun je die wel aanvoelen en besteed je ook aandacht aan dat gevoel.’

Gaat iemand wel over je grenzen heen, dan is het belangrijk dat je goed in staat bent om dat te communiceren. ‘Is het echt relevant? Benoem het dan op een constructieve manier. Zeg bijvoorbeeld wat jij nodig hebt om je in een situatie op je gemak te voelen. Of bewaak je grenzen door tot maandag te wachten met het reageren op een mail die je baas op zaterdag stuurt.’

Juichend naar kantoor
Overigens hoeft het geen probleem te zijn als je niet elke dag juichend naar je werk gaat, zegt Taris. ‘Dat is misschien iets van hoogopgeleiden: die willen een baan met uitstekende carrièremogelijkheden, een bijdrage leveren aan de wereld en zich kunnen ontwikkelen. Ik was eens bij een fabriek waar mensen als enige taak hadden om zes producten in een doos te doen en die dicht te plakken. Die zaten helemaal niet te wachten op zelfsturende teams of interessanter werk. Zij werkten tot vijf uur om geld te verdienen en daarna gingen ze naar huis en hadden ze tijd voor wat zij belangrijk vinden: hun partner, gezin of voetbalclub. Daar waren ze gelukkig mee en de baas ook, want ze deden wat er van hen gevraagd werd. Dan is dat natuurlijk prima. We moeten het ook niet groter maken dan het is: het is pas een probleem als jij of je werkgever er last van hebben.’

Bron: Intermediair