Als het aan het kabinet ligt, komt er per 1 januari 2020 een forfaitaire bijtelling voor terbeschikkinggestelde fietsen. Dit zou de administratieve rompslomp moeten verminderen. Hoe werkt deze bijtelling precies en waar moeten werkgevers rekening mee houden?

Op dit moment is het ter beschikking stellen van een fiets behoorlijk ingewikkeld. Werkgevers moeten de waarde in het economisch verkeer voor het privégebruik van de fiets berekenen en die bij het loon van de werknemer tellen. Daar komt waarschijnlijk verandering in in de vorm van een forfaitaire bijtelling.

De bijtelling op het loon wordt 7% van de aanschaf- of factuurwaarde van de fiets. Als een werknemer dus een elektrische fiets ter beschikking gesteld krijgt van bijvoorbeeld € 2.000, die hij ook privé mag gebruiken, moet de werkgever elk jaar (7% x € 2.000) € 140 bij zijn belast loon tellen. Per maand komt dat neer op € 11,67.

Als de werknemer uit dienst gaat en zijn terbeschikkinggestelde fiets graag mee wil nemen, moet hij dat voorleggen aan zijn werkgever. In goed overleg kan hij de fiets misschien overnemen van zijn werkgever. Dat kan overigens afgesproken worden voor het einde van de leasetermijn, net als een auto van de zaak.

De forfaitaire bijtelling moet per 1 januari 2020 gaan gelden. Het is echter nog niet helemaal zeker dat hij er écht gaat komen. De wetgeving die dit moet regelen – het Belastingplan 2020 – wordt namelijk op Prinsjesdag gepresenteerd en moet daarna nog door de Tweede en de Eerste Kamer.

Als een werkgever het niet ziet zitten om de bijtelling elke maand op te nemen in de loonadministratie en -aangifte, kan hij de fiets ook vergoeden of verstrekken aan de werknemer (tool). De werknemer wordt op dat moment de eigenaar van de fiets. De werkgever moet de waarde van de fiets dan bij het belast loon van de werknemer tellen, als eindheffingsloon in de vrije ruimte onderbrengen of bruteren. Een ander alternatief is een renteloze lening voor de aanschaf van de fiets (tool) die de werknemer bijvoorbeeld aflost met zijn onbelaste reiskostenvergoeding.

Bron: Rendement