Een werkgever is volgens artikel 15 van de Arbowet verplicht om minimaal één bhv’er in te stellen. De bhv’er helpt de werkgever bij het verlenen van eerste hulp bij ongevallen, het beperken en bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen. In geval van nood evacueert een bhv’er alle aanwezigen.

Een bhv’er is een interne werknemer die vrijwel altijd zijn bhv-taken uitvoert naast de taken die bij zijn eigen functie horen. Hij volgt een bhv-opleiding die hem in staat stelt om zijn taken naar behoren te vervullen. Zo’n opleiding bestaat meestal uit de standaardonderdelen EHBO, brandbestrijding, alarmeren en evacueren. Ook zijn er specialisatiecursussen, bijvoorbeeld voor het hoofd van de bhv-organisatie.

De bhv-opleiding moet een werkgever op laten nemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De OR heeft instemmingsrecht op de RI&E en het bijbehorende plan van aanpak en kan zo invloed uitoefenen op de opleiding die een bhv’er volgt. Zo bestaan er veel algemene bhv-opleidingen, maar is het voor bijvoorbeeld organisaties waar werknemers werken met gevaarlijke stoffen belangrijk dat de bhv’ers een opleiding krijgen voor het omgaan met calamiteiten waarbij deze gevaarlijke stoffen een rol spelen. Voor de OR is het van belang dat een bhv’er een goede opleiding volgt. Hoe beter een bhv’er is opgeleid, hoe beter hij de OR kan ondersteunen bij het bewaken en verbeteren van het arbobeleid.

Bron: Rendement